Begon de lente echt zo vroeg in Oostenrijk?

cropped-2014_rauris_255.jpgOver een koeienpaadje wandel ik naar boven als de zon vanachter de bergkam verschijnt. De sneeuwschoenen heb ik op mijn rugzak gebonden, voor het geval dat. In de diepte liggen de roestbruine weiden stil verspreid tussen de dorpen. Klokkengelui kondigt de hoogmis aan in de dorpskerk.

Na een klein uurtje besef ik dat ik mijn drinkfles vergeten ben. Hoe kan ik zo stom zijn! Mijn kop staat nog niet op bergwandelstand, zo vroeg in het seizoen. Bij de laatste boerderij die ik tegenkom kunnen ze mij gelukkig een fles water meegeven. Mijn dag is gered.

Snakkend naar adem klim ik door steile maaivelden omhoog en krijg het steeds warmer. Rustig aan, jongen. Het wandelseizoen van vorig jaar is een eeuwigheid geleden, mijn lijf moet nog wennen. Bij een almhutje kom ik bij de eerste sneeuwveldjes. Een potige kerel zit van het uitzicht te genieten. Hij doet me denken aan zo’n film-Jezus, met dat sikje, maar dan grijzer. Even uitblazen.

“Dagje vrij vandaag?”

“Joa, Wochenende. Ik kan niet heel de dag thuis zitten. En toerskiën gaat niet, te weinig sneeuw. Je ski’s gaan kapot.”

Hij is berggids en het gebrek aan sneeuw speelt hem parten. Vandaag dus even een topje doen. “Sneeuwschoenen heb ik niet nodig”, gromt hij tenslotte. “Er ligt toch nauwelijks sneeuw boven.” Hij doet zijn rugzak om en verdwijnt in een jaloersmakend tempo tussen de bomen, de sneeuw in.

Een kwartier later volg ik in zijn spoor, dan hoef ik niet te zoeken. In hopen drijfsneeuw zak ik heupdiep weg. Ik bind de sneeuwschoenen onder waardoor ik nog maar tot aan mijn knieën wegzink. Meer dan eens verlies ik mijn evenwicht en krabbel ik vloekend overeind, uitbundig zwetend. Ik kom geen meter vooruit op die krengen. Het voetspoor eindigt in een groot gat in de sneeuw en kiest dan een andere richting. Zelfs Jezus kan niet over bevroren water lopen.

Boven de boomgrens wordt de sneeuw minder diep. Op de kam steken er zelfs graspollen uit, maar de sneeuwschoenen geven grip op de gladde bodem. Jezus staat op een rots rustig een boterhammetje te eten. Hij is al bij het kruis geweest. “Er waait een ijzig wind op de top”, zegt hij. “Voor Brotzeit kon ik beter hier staan” en hij trekt zijn muts over zijn oren. “De sneeuw komt altijd. Vanaf de twintigste”, orakelt hij nog. We nemen afscheid en hij vertrekt richting de bewoonde wereld.

Ik zie het kruis glinsteren op de witte bult boven me. Ik heb nog een eind te gaan, maar het zal lukken. Hijgend bereik ik de top. Weergaloos uitzicht op groene valleien en tientallen besneeuwde toppen. Mijn eerste voorjaarswandeling.

Dat was op 12 januari 2014. Ondertussen is die sneeuw nog gekomen ook, zoals Jezus voorspeld had.

Gepubliceerd in Bergen Magazine, februari 2014

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s