Liefdeslied voor de grote bomen

[foto’s onderaan dit bericht / pictures below]

Wandelaars die de bergen van Europa gewend zijn verbazen zich er altijd over de uitgestrektheid van de bossen in Amerika. Waar je in de Alpen boven de 2000 meter een vrij zicht hebt op het omliggende landschap, loop je in de Californische Sierra Nevada op deze hoogte nog steeds tussen suikerdennen van wel 50 meter hoog. En dan denk je dat je ‘big nature‘ in Amerika wel gezien hebt.

Totdat je tussen de sequoia’s loopt in de nationale parken Sequoia en Kings Canyon. De grootste bomen op aarde. Ik kan er zo een rits statistieken over opdreunen. Daar maakte ik destijds als reisleider in het Westen graag indruk mee op mijn gasten. Ik vertelde ze dat de footprint van de General Grant Tree – de allergrootste onder de groten – dezelfde diameter heeft als mijn huis lang is (meer dan 11 meter), dat de denappeltjes van de Sequoiadendron giganteum verrassend minusculum zijn en dat ze hun zaadjes pas lossen bij een temperatuur van boven de 600 graden Celsius en dus zonder bosbranden niet kunnen bestaan. En dat houthakkers in de negentiende eeuw aan één sequoia genoeg hadden om een heel dorp mee te bouwen. En dat, toen een schijf van een sequoia-stam in Chicago werd tentoongesteld (we schrijven 1897), de stadskrant kopte met ‘California Hoax’ omdat het toch niet waar kon zijn, zo’n dikke bomen kunnen toch niet bestaan?

Toch. En hoezeer ik er ook naar verlangd heb om deze bosreuzen na vele jaren weer eens in het echt te zien, ik vergeet de cijfers en de feiten zodra ik het Giant Forest betreed. Hier wandelen is een lilliputiaanse ervaring, je zou er bijna mindful van worden. De bomen staan onbewogen en zijn erg aanwezig maar niet op een intimiderende manier. Voor mij zijn ze vrouwelijk en zacht. Hun bast is een warm oranje-bruin, de fluwelen schors elastisch als een kampeermat. Sommige van deze dames zijn meer dan tweeduizend jaar oud en het duurt weer minstens even lang totdat een dode, omgevallen boom helemaal weggerot is. En daar loop ik dan, een stip in de tijd, een boswezen dat net als de tientallen chipmunks en eekhoorns, de twee bonte spechten en die ene dikke marmot die ik tegenkom het voor even gegund is dit stille rijk in de wolken te betreden.

Want ze groeien waar bij ons de bergbossen zo ongeveer ophouden, boven de tweeduizend meter. Op die hoogte zit het weer niet altijd mee. 70 meter hoge sequoia’s in beeld krijgen al een uitdaging op zich en bij regenachtig weer wordt het soms erg somber, hoewel je bij slecht weer altijd wel goede foto’s kunt maken.

Dit fotografisch verslag is mijn liefdeslied voor deze grote bomen. Ik hoop dat het bevalt.
[Klik op een beeld om ze in een diashow te bekijken – click on an image to view in a slideshow]

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s