1988: gamaschen en het wattenwolkje

Die enorme muur van rots en ijs, en daarboven die witte, glinsterende massa die ik zonder zonnebril bijna niet kon onderscheiden van de felle hemel…. Mijn allereerste ontmoeting met het hooggebergte was tijdens een vakantie bij de Mont Blanc, ergens in de buurt Chamonix, jaren zeventig. Er lag zelfs zomersneeuw langs een of andere pasweg. Ik denk dat ik toen verliefd geworden ben. In mijn wilde jaren maakte ik huttentochten en daarin ging ik vaak hoog en ver: gletsjeroversteken, enge passen gezekerd met kettingen, waaierige graten…. Geen berg kreeg mij klein. Hoe hoger hoe beter.

Tot een Vlaamse alpinist, nadat we samen een pittige huttentocht hadden geleid in Wallis, mij vroeg of ik goesting had om met hem nog enkele “toppekes te doen”. Zo een aanbod laat je als Bergstürmer niet aan je voorbijgaan natuurlijk! Materiaal? Touwen, gordel en gamaschen had hij in z’n auto liggen: check. Ik zelf had mijn bergschoenen, rugzak, een katoenen zomerbroek, t-shirts en sweater meegebracht en van mijn vader had ik zijn afgedankte donsjas meegekregen. Ik was twintig, in topconditie en had geen cent op mijn rekening staan. Meer had een alpinist niet nodig.

De Bishorn, de ‘4000 des Dames’, en de Alphubel bereikten we in de best denkbare omstandigheden – blauwe hemel, nauwelijks wind. Het waren in conditioneel opzicht weinig uitdagende beklimmingen. De Dom, ons laatste doel, dat moest andere koek zijn. Zestienhonderd meter steil omhoog naar 4554 meter hoogte. Er kondigde zich een weersverslechtering aan, dus er was enige haast geboden.

Vanuit de Domhütte vertrokken we rond één uur ’s nachts op de gletsjer. In het stikkedonker moest ik over enkele ladders diepzwarte spleten overbruggen. Een andere klimmer leende mij zijn zaklamp. Rond zonsopgang bleek het nog steeds helder weer te zijn, maar achter de Matterhorn kwamen langzaam wolken aandrijven. Uren achtereen sjokten we over de noordflank, soms heupdiep in de sneeuw wegzakkend. Mijn lijf schreeuwde om met rust gelaten te worden, mijn hoofd wilde niet opgeven. Toen ik, de wanhoop nabij, het toppeke bereikte, besloot het zich te verstoppen in een wattenwolkje. Op de tast vonden we het topkruis waar we obligaat foto’s maakten van elkaars schimmen in een grijze soep. Hier doe je het voor, dacht ik, en mijn leven was voorgoed veranderd.

Alphubel

1988: in full battle gear, hier op de Alphubel (VS). Bemerk dat ik nét niet in de weg sta van het zicht op de Matterhorn. Een fout waar je zelfstokzwaaiende millennials vandaag de dag zelden op zult betrappen…

Sindsdien loop ik vooral wandeltochten in de bergen, al overvalt mij af en toe nog die honger naar hoger sferen die ik dan vaak gestild heb. Maar dat wordt steeds minder. Wat heb ik nog te bewijzen? Voor wie? Genieten vind ik nu belangrijker, en dat gaat mij op de alm tussen de koetjes even goed af als daarboven.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s